Monday, September 5, 2016

Iran: Jila Shahriari terug naar vrouwenafdeling Evin




 02 september 2016
Een inwoonster van de stad Baha'ii is op dinsdag 13 augustus 2016 overgebracht van het beruchte cellenblok 209 naar de vrouwenafdeling van de Evin gevangenis.
Jila Shahriari werd gearresteerd op 10 augustus 2016. Ze is de schoonzus van Mahvash Shahriari uit Baha'ii, die ook gevangen zit in de vrouwenafdeling van Evin, Het is niet bekend waarom Jila Shahriari werd gearresteerd.

“The Globe and Mail”: Gedetineerde Canadese professor in Iran kan 'nauwelijks lopen of praten,' melden familieleden




  31 augustus 2016 14:50u.

Een artikel in “The Globe and Mail” van dinsdag 30 aug. 2016 wekt bezorgdheid over het lot van Dr. Homa Hoodfar.

Eerder in juni riep Amnesty International het Iraanse regime op een professor van de universiteit van Montreal, die toen bijna een week vastzat, vrij te laten.
Alex Neve, secretaris-generaal van Amnesty International Canada, omschreef Homa Hoodfar als gewetensbezwaarde gevangene.

"De arrestatie van de gerespecteerde wetenschapper Dr. Homa Hoodfar is de meest recente poging van de Iraanse autoriteiten om individuen, waaronder academici, te treffen vanwege hun vreedzame uitoefening van het recht op vrijheid van meningsuiting en van vergadering," verklaarde Neve afgelopen donderdag.

"Het is erg verontrustend vast te stellen dat iemand die zich ingezet heeft voor de strijd tegen de ongelijkheid van vrouwen, willekeurig gearresteerd en vastgehouden wordt, mogelijk in eenzame opsluiting, zonder toegang tot een advocaat en haar familie."

Hieronder volgt de tekst van het artikel:

Na drie maanden eenzame opsluiting is de gezondheid van de Canadees-Iraanse universiteitsprofessor Homa Hoodfar zo sterk verslechterd dat ze nauwelijks nog kan lopen of praten, meldden haar familieleden.

In een afgelopen dinsdag gepubliceerde verklaring meldde de familie van Prof. Hoodfar dat de 65-jarige anthropologiste van de Concordia-Universiteit in het ziekenhuis moest opgenomen worden nadat ze sinds 6 juni in de Teheraanse Evin-Gevangenis vastgehouden werd.
Een nicht van Prof. Hoodfar, Amanda Ghahremani, verklaarde dat de familie ermee ingestemd had de zaak op een laag pitje te houden na een verzoek daartoe van de Iraanse gerechtelijke autoriteiten, die “het legale proces zijn normale loop wilde laten gaan.”

Maar, zei ze in een verklaring van de familie, “Gezien het alarmerende nieuws van Homa’s ziekenhuisopname en achteruitgaande gezondheid, hebben we geen andere keuze dan deze karikatuur van ware rechtvaardigheid wereldkundig te maken, nu duidelijk geworden is dat de autoriteiten geen hoge prioriteit aan haar gezondheid geven en niet van plan zijn om de procesrechten van Homa volgens de Iraanse wet te respecteren.”

De familie was ook bezorgd om de vage beschuldigingen tegen Prof. Hoodfar in Iran – de Teheraanse openbare aanklager beschuldigde haar ervan “in feminisme en veiligheidszaken te hebben zitten wroeten” – en om de manier waarop haar advocaat verhinderd werd haar dossier in te zien of voor de rechtbank op te treden. Media in Iran berichtten dat ze ervan beschuldigd werd te hebben aangezet tot een feministische “softe revolutie” tegen de Islamitische Republiek.
Prof. Hoodfar kreeg vorig jaar een lichte beroerte en lijdt aan myasthenia gravis (MG), een zeldzame neuromusculaire aandoening, die haar spieren verzwakt.
“Professor Hoodfar werd op grond van haar snel achteruitgaande gezondheid in het ziekenhuis opgenomen,” stond in een communiqué van afgelopen dinsdag.
“Zij was volledig gedesoriënteerd, ernstig verzwakt, en kon nauwelijks nog lopen of spreken.”
De zaak van Prof. Hoodfar heeft een hoge prioriteit bij het Canadese ministerie van buitenlandse zaken en voor de betreffende minister Stéphane Dion, aldus een woordvoerder van Global Affairs Canada, John Babcock.
Maar hij voegde er wel aan toe dat Canada geen diplomatieke vertegenwoordiging in Iran heeft.
“We werken samen met invloedrijke landen en ondernemen de bestmogelijke actie om druk op de zaak te zetten en om haar veilige terugkeer naar haar familie, vrienden en collega’s veilig te stellen. De door de afwezigheid van een diplomatieke vestiging gevolgen mogen niet onderschat worden,” aldus dhr. Babcock in een als e-mail verzonden verklaring.
De anthropologiste Prof. Hoodfar van de Concordia-Universiteit in Montreal heeft de Canadese, Ierse en Iraanse nationaliteit.
Haar familie vertelde dat ze op 11 febr. naar Iran gereisd was om familieleden te bezoeken, maar ook om onderzoek te doen naar de deelname van vrouwen bij Iraanse verkiezingen.
Amnesty International verklaarde dat Prof. Homo gewetensbezwaarde gevangene is en riep de Iraanse regering op haar onmiddellijk vrij te laten.
“Dit nieuws van vandaag is zonder meer een aanwijzing dat de Canadese inspanningen rond haar geïntensiveerd dienen te worden,” verklaarde Alex Neve, Secretaris-Generaal van de Canadese afdeling van Amnesty.
De Evin-Gevangenis, waar Prof. Hoodfar vastgehouden wordt, is ook de plaats waar de Canadees-Iraanse Zahra Kazemi in 2003 als gevangene stierf.
Canada sloot zijn Teheraanse ambassade in 2012.
De bezorgdheid om Prof. Hoodfar valt samen met berichten over de arrestatie van een andere Canadees-Iraniër, een man die in verband gebracht werd met het Iraanse team dat onderhandelde over de opheffing van de economische sancties.
Het officiële IRNA-nieuwsagentschap berichtte afgelopen zondag dat de man korte tijd vastgehouden werd op de verdenking een “infiltrant” te zijn, maar dat hij daarna op borgtocht vrijgelaten werd.
Iraanse media identificeerden de man als de Iraans-Canadese Abdolrasoul Dorri Esfahani, een lid van het Ontario Institute of Chartered Accountants in Canada.
Volgens de berichten werkte Esfahani als lid van een begeleidend team aan de opheffing van economische sancties onder één van de hoofdonderhandelaars na de nucleaire overeenkomst van vorig jaar tussen Iran en de wereldmogendheden. Hij was bovendien een adviseur van het hoofd van de Iraanse Centrale Bank.

Iran: Schokkende brief van een politieke gevangene die zijn broers en zusje verloor in het bloedbad van 1988


31 August 2016 14:26
 “Minister van Justitie” druk doende met pogingen om zijn rol in het bloedbad te rechtvaardiging.
Iemand met bloeddorstige ideeën, die Pour Mohammadi heet, is Minister van Justitie van Rouhani’s “gematigde?!” regering. Waarschijnlijk op nadrukkelijk bevel van Rouhani zelf werd hij voor de camera’s gezet om de overlevenden van het bloedbad van 1987 te bedreigen om zichzelf te zuiveren en om anderen te waarschuwen hun woorden terug te nemen en onthulling van hun misdaden te vermijden. Natuurlijk werken al deze intimidatie, terechtstellingen en onderdrukking niet de hele tijd, zoals Reza Albari Monfared, politieke gevangene in de Gohardasht Gevangenis in zijn open brief schrijft.
Ofschoon deze bloeddorstige, misdadige en onrechtvaardige minister voornamelijk in de media verscheen om Ali Motahari (plaatsvervangend hoofd van het Iraanse parlement die aan de minister had gevraagd om zijn verontschuldigingen aan te bieden voor zijn rol in het bloedbad van 1988) en Ahamad Montazeri (die de audiotape publiek maakte van de massaslachting), te bedreigen

Zijn woorden waren zo brutaal en bedreigend, dat ze mij deden denken aan de herinneringen van misdaden en het bloedbad… Ik ben mijn hele familie, zoals mijn zusje en broers kwijtgeraakt in dat bloedbad en als gevolg daarvan is mijn moeder overleden aan een hartaanval, dus ik heb niets meer te verliezen.

Puur ter verduidelijking van enkele van de misdaden die door dit regime zijn gepleegd, moet ik er op wijzen, dat mijn broer op 20 september 1981 was gearresteerd en twee weken later terechtgesteld en dat zij weigerden ons zijn dode lichaam te geven en later lieten ze ons een Grafzerk zien in sector 85 van Behesht Zahar en ze zeiden dat hij daar was begraven.
Wij hebben toen bij ons thuis een kleine begrafenisdienst gehouden (aangezien wij geen toestemming kregen om een moskee te gebruiken voor onze ceremonie). Daarbij viel een veiligheidsagent, Akbar Khoskoosh geheten, samen met andere agenten ons huis binnen en zij hebben al mijn familieleden gearresteerd en overgebracht naar de Evin Gevangenis. Maanden later werden zij één voor één vrijgelaten, ook mijn moeder die vijf maanden gevangen had gezeten.
Ze hebben mijn zusje veroordeeld tot tien jaar gevangenschap en in 1988, nadat ze zeven jaar gevangen had gezeten, werd ze tijdens het bloedbad gedood.
 In 1983 werd mijn andere broer, die kleermaker was, maandenlang vermist, later ontdekten we dat ook hij in de Evin Gevangenis zat en uiteindelijk in 1985 hebben ze ons – zonder dat ze ons zijn dode lichaam hebben gegeven  – nog een Grafzerk laten zien in sector 106 van Behesht Zahra en beweerden dat hij daar begraven was.
Wij zijn er nooit zeker van of onze broer en zusje daar zijn begraven of niet.

Mijn jongste broer Abdulreza die vóór 30 juni 1981 was gearresteerd op beschuldiging van het verkopen van kranten in Teheran zuid was gearresteerd en veroordeeld tot drie jaar opsluiting. Nadat hij die drie jaar achter zich had, is hij nooit vrijgelaten. En zijn gevangenisstraf was illegaal verlengd met vier jaar tot 1988 en tijdens het bloedbad werd hij
naast mijn zusje opgehangen.
Deze keer hebben ze ons nooit de dode lichamen gegeven en ze hebben ons nooit een grafzerk laten zien, integendeel, zij hebben mijn vader bedreigd: als hij verkondigt dat zij door natuurlijke oorzaak om het leven zijn gekomen, zullen zij hem misschien hun graven laten zien.
Dat is nooit gebeurd en nu na 28 jaar weten wij niet waar zij begraven zijn.
Om die reden, met de grootse inzet voor mijn familie en voor mijn onschuldige zusje en broers (Roqiya, Gholamreza, Alireza, Abdulreza), die ten onrechte werden gedood, vertel ik deze misdadige persoon (Pour Mohammadi) dat van de hele familie alleen ik en mijn andere zusje, Maiami, over zijn gebleven in de Gohardasht Gevangenis.
Wij zijn er helemaal niet bang voor om terechtgesteld te worden en met het offeren van ons leven verklaren wij trots dat deze massaslachtingen en misdaden niets van doen hebben met de Islam en onze profeet.

Rezi Akbari Monfared, Politieke gevangene van afdeling 4, Hall 12, Gohardasht Detentie (Rajayee Shahr Karaj)