Sunday, September 24, 2017

STFA Oproep om 25 Jonge Gevangenen te redden uit de Dodencel



19 september 2017 

Sommige veroordeelden waren jonger dan 18, toen ze de aan hen toegeschreven misdaad begingen
Het Iraanse Verzet doet een beroep op internationale autoriteiten, met name op de Hoge Commissaris voor de Mensenrechten, de Speciale Rapporteur voor de situatie van de Mensenrechten in Iran en alle verdedigers van de rechten van kinderen en jongeren, om onmiddellijk tot actie over te gaan om 25 ter dood veroordeelde gedetineerden te redden die in de jeugdafdeling van Ardebils centrale gevangenis afdeling jongeren zitten.

Volgens binnengekomen rapporten zijn van de 170 gevangenen die in deze gevangenis zitten er 25 ter dood veroordeeld. De uitspraken zijn voor sommigen van hen bevestigd door het Hooggerechtshof van de moellahs. Sommigen waren nog geen 18 op het moment dat de misdaad werd begaan.
Intussen zijn op maandagochtend 18 september Shahin Parsajou, 23, en een veertigjarige man in de Ardebil Gevangenis terechtgesteld. Shahin Parsajou was veroordeeld tot drie jaar gevangenisstraf op beschuldiging van roof, maar volgend op een opstand in de gevangenis heeft het regime een nieuwe zaak geopend en hem ter dood veroordeeld. De gevangene werd opgehangen met geboeide handen en voeten.
Op verzoek van de aanklager van Ardebil heeft de beul van Ardebils Centrale Gevangenis met de bedoeling om de atmosfeer van intimidatie te vergroten 50 gevangenen gedwongen om naar het executie terrein te gaan om naar de terechtstelling van deze slachtoffers te kijken.

Monday, September 18, 2017

Treffend straattoneel en tentoonstelling beeldde de beroerde toestand van de mensenrechten in Iran 16 september 2017




Iraniërs en sympathisanten van het Iraanse verzet speelden op vrijdag, 15 september, een treffend straattoneel en hadden foto’s bij zich van de miserabele toestand van de mensenrechten in Iran in een demonstratie tegenover het Paleis der Naties, het Europese hoofdkwartier van de Verenigde Naties in Genève.

De tentoonstelling belichtte de afslachting van 30.000 Iraniërs in de zomer van 1988 op basis van een fatwa uitgevaardigd door Ruhollah Khomeini, de grondlegger van de Islamitische Republiek.
De tentoonstelling en het straattoneel omvatte o.a. een 14 meter lange muur met foto’s van duizenden slachtoffers van het bloedbad uit 1988. Een muur die opgebouwd was tegenover het Europese hoofdkwartier van de UNO waarbij honderden schoenen, versierd met bloemen, de schoenen van de slachtoffers symboliseerden na hun executie, het grote plein vóór het UNO-gebouw bedekkend.
De Iraanse oppositie, mensenrechtenorganisaties en juristen hebben de UNO gevraagd een onafhankelijk internationaal onderzoek naar het bloedbad uit 1988 in te stellen. Een onderzoek dat er tot nu toe nog nooit geweest is. Een bloedbad dat volgens talrijke juridische deskundigen een van de grootste misdaden tegen de menselijkheid sinds de Tweede Wereldoorlog geweest is.
De manifestanten verkondigden dat een dergelijk onafhankelijk onderzoek door de UNO na zoveel tijd meer dan nodig is, waarbij ze het embleem van de Iraanse oppositie en de Iraanse vlag droegen.
Een aantal overlevenden en verwanten van de slachtoffers namen deel aan de enkele uren durende uitbeelding en tentoonstelling.
Na een 28 jaar durend stilzwijgen noemde Asma Jahangir, de Speciale UNO-Verslaggever over de Situatie van de Mensenrechten in Iran in haar rapport aan de UNO-Secretaris-Generaal van september 2017 het bloedbad en vermeldde daarbij dat enkele van de oudere Iraanse nog in functie zijnde functionarissen bij dit bloedbad betrokken waren.
Tussen juli en augustus 1988 werden duizenden politieke gevangenen, zowel mannen als vrouwen en teenagers, volgens de berichten ter dood gebracht op grond van een door de toenmalige Opperste Leider, Ayatollah Khomeini, uitgevaardigde fatwa. Naar verluidt werd er een uit drie personen bestaande commissie ingesteld die bepaalde wie er terechtgesteld moest worden. De lichamen van de slachtoffers werden in anonieme graven begraven en hun families werden nooit over hun lot geïnformeerd. Deze gebeurtenissen, bekend staand als het bloedbad van 1988, is nooit officieel bevestigd,” schreef de UNO-Verslaggever.

Saturday, September 16, 2017

Europese politici roepen de Verenigde Naties op het bloedbad van 1988 in Iran te onderzoeken en de verantwoordelijken hiervoor te vervolgen


 

 

14 september 2017

Ze dringen er bij de Europese regeringen en de EU op aan de betrekkingen met de Islamitische Republiek Iran aan voorwaarden te binden om een einde te maken aan de reeks terechtstellingen en een duidelijke vooruitgang op het gebied van de mensenrechten te bereiken.
Woensdag, 13 september 2017, hebben de Vrienden van een Vrij Iran in het Europese Parlement (FOFI) een conferentie in het hoofdkwartier van het Europese Parlement in Straatsburg gehouden waaraan tientallen Europese parlementariërs deelnamen. Ze riepen de Raad van de Europese Unie, de lidstaten en de Hoge Vertegenwoordiger van de Europese Unie, Federica Mogherini, op het stilzwijgen te verbreken en in actie te komen m.b.t. de brute schending van de mensenrechten in Iran. Meer in het bijzonder eisten zij een onafhankelijk onderzoek door de Verenigde Naties naar het bloedbad onder 30.000 politieke gevangenen in Iran in 1988 en de voorbereiding van een proces tegen de verantwoordelijken voor deze misdaad.
De zitting werd voorgezeten door Gérard Deprez, Europees parlementariër (ALDE-Groep), voorzitter van FOFI, dat door ca. 300 parlementariërs van verschillende groeperingen en landen gesteund wordt. Op deze zitting was Mohammad Mohaddessin, voorzitter van de Commissie voor Buitenlandse Zaken van de politieke coalitie, de Nationale Raad van het Verzet van Iran, de gastspreker, en verschillende leden van het Europese Parlement namen deel aan de discussies.
Verwijzend naar het recente rapport van de Speciale UNO-Verslaggever voor de Situatie van de Mensenrechten in Iran, waar in Artikel 7 het bloedbad van 1988 uitvoerig ter sprake komt, riepen sprekers de Algemene Vergadering van de UNO, die volgende week in New York bijeenkomt, op een onderzoekscommissie naar het bloedbad in te stellen en verzochten de UNO-Veiligheidsraad deze zaak te verwijzen naar het Internationale Strafgerechtshof ter vervolging van de verantwoordelijken voor deze misdaden.
Europese parlementariërs benadrukten dat onverschilligheid ten opzichte van deze zware, sinds de Tweede Wereldoorlog ongeëvenaarde misdaad het Iraanse regime extra aangemoedigd heeft om door te gaan met zijn massaterechtstellingen en schendingen van internationale normen. Stilzwijgen over deze misdaden vanwege handelsbelangen is schandelijk, en indien dit vanwege de nucleaire deal gebeurt, dan zou het erg naïef zijn. Het regime interpreteert het als een teken van krachteloosheid ten aanzien van een dergelijke barbaarsheid.

In juli bijvoorbeeld werden 101 gevangenen terechtgesteld. De Hoge UNO-Commissaris voor Mensenrechten zei in zijn openingstoespraak in de UNO-Raad voor Mensenrechten op 11 september 2017: “Sinds begin dit jaar zijn minstens vier kinderen ter dood gebracht, en minstens 89 verdere kinderen verblijven in een dodencel.”
De parlementariërs omarmden het 10-punten-platform van oppositieleidster Maryam Rajavi, dat oproept tot democratie, secularisme, respect voor de mensenrechten, afschaffing van de doodstraf in Iran, en vrede en rust in de regio. Ze benadrukten bovendien er op basis van de 38-jarige ervaring met dit regime van uit te gaan dat zolang deze religieuze dictatuur heerst, de onderdrukking in Iran en terrorisme en fundamentalisme in de regio zullen blijven bestaan.
De zogenaamde presidentsverkiezingen in mei waren eigenlijk ondemocratisch, omdat er geen kandidaten van de oppositie waren. In de eerste vier jaar van het presidentschap van Hassan Rouhani werden meer dan 3.000 mensen terechtgesteld, waardoor Iran de wereldkampioen in het aantal terechtstellingen per hoofd van de bevolking is. Hij heeft terechtstellingen de kracht van de wet en van goddelijke wetten genoemd.
De Speciale UNO-Verslaggever voor Iran schreef in haar recente rapport: "Tussen juli en augustus 1988 werden duizenden politieke gevangenen, mannen, vrouwen en teenagers conform een fatwa van de toenmalige Opperste Leider, Ayatollah Khomeini, terechtgesteld …
Het rapport levert de bewijzen en “de namen van de functionarissen die de terechtstellingen uitgevoerd en gerechtvaardigd hebben, waaronder de huidige minister van justitie, een in functie zijnde rechter van de hoogste rechtbank en het hoofd van een van de grootste religieuze stichtingen in het land en kandidaat bij de presidentsverkiezingen afgelopen mei.”
Het rapport meldt verder: “Pas onlangs werden deze dodingen door sommigen in de hoogste kringen van de staat toegegeven. De families van de slachtoffers hebben recht op de waarheid omtrent deze gebeurtenissen en omtrent het lot van hun geliefden zonder represailles te hoeven vrezen. Ze hebben recht op genoegdoening, inclusief het recht op een effectief onderzoek naar de feiten en publieke bekendmaking van de waarheid; en het recht op rehabilitatie. De Speciale Verslaggever roept derhalve de regeringen op ervoor te zorgen dat een grondig en onafhankelijk onderzoek naar deze gebeurtenissen wordt ingesteld.”
De Europese parlementariërs betreuren het stilzwijgen van Mevr. Mogherini omtrent het bloedbad van 1988 en, meer in het algemeen, haar stilzwijgen omtrent de onderdrukking van vrouwen en de mensenrechtenschendingen in Iran. “Dit stilzwijgen van onze Hoge EU-vertegenwoordiger moedigt de mullahs alleen maar aan om met hun misdaden in Iran door te gaan. Dit is erg slecht voor de reputatie van Europa.
“Wij in het Europese Parlement, die de gekozen vertegenwoordigers van het Europese volk zijn, moeten de Europese waarden verdedigen, d.w.z. democratie, mensenrechten, vrouwenrechten, scheiding van kerk en staat”.
Europese parlementariërs drongen er bij de Europese regeringen en de EU op aan de betrekkingen met de Islamitische Republiek Iran aan voorwaarden te binden om een einde te maken aan de reeks terechtstellingen en een duidelijke vooruitgang op het gebied van de mensenrechten te bereiken.

Bureau van Gérard Deprez, Europees parlementariër
Voorzitter, Vrienden van een Vrij Iran
Europees Parlement
Straatsburg
Vrienden van een Vrij Iran (FoFI) is een informele groep in het Europese Parlement die in 2003 opgericht werd en de actieve steun geniet van talrijke Europese parlementariërs uit verschillende politieke groeperingen